zondag 28 september 2014

George Hogerwaard

Een aantal jaren geleden heb ik een portret aangeschaft geschilderd
door George Hogerwaard. Sinds de aanschaf heb ik geregeld geprobeerd
te achterhalen wie is afgebeeld. Daarbij ben ik ook een aantal keren
bij uw blog terechtgekomen.

Afgelopen week vielen alle puzzelstukjes op zijn plaats. Mogelijk zijn
de resultaten ook voor u interessant.

De aanwijzing die ik had was een etiket achterop het schilderij waarop
de naam E. Carras staat en een deel van een adres in Den Haag. Deze
week vond ik een scan van een document met 2 namen: H.C. Carras en
Elisabeth Hogerwaard. Het leek er dus op dat het ging om een portret
van een familielid van de schilder.



Een document op internet uit 1961 dat ik gister vond verklaarde veel.
Het echtpaar Hogerwaard kreeg in 1909 een tweeling, Arnold en
Elisabeth. Elisabeth moet in 1939, het jaar waarin het schilderij tot
stand is gekomen, 29 of 30 jaar zijn geweest. Het portret moet een van
de laatste schilderijen van George geweest zijn: hij is in mei van
datzelfde jaar overleden.

Tot slot heb ik in de beeldbank van Den Haag nog een foto van
Elisabeth Hogerwaard gevonden. Het bijschrift luidt: "Mevrouw
Elizabeth Hogerwaard, werkzaam bij de huishoudelijke dienst van het
gemeentelijk energiebedrijf, maakt een tekening". Deze bezigheid
verwondert me niet - haar vader, oom en tante waren immers allen
kunstenaar.
het echtpaar Hogerwaard -Schlingemann








zaterdag 27 september 2014

Inlichtingen

Inlichtingen op het adres van de wed. R. W. Bulkley, te Scheveningen.
digi'ii toestand van de gedetineerde D. 86 Reg. n°. 16, ge-naamd M. 0. BULKLEY-BEKKINO , diene het volgende:
Op den 1 sten September werd bovengenoemde in lijdenden toestand ingebracht, werd daardoor onmiddellijk in de ziekenafdeling opgenomen, in het genot van ziekenvoeding gesteld en onder geneeskundige behandeling genomen. Bij mijn eerste bezoek maakte zij op mij den indruk van te zijn eene welgevoede krachtige vrouw. Haar nader obser-veerend, werd het mij alras duidelijk dat ik in haar te zien had eene anaemische patiente, onderhevig aan passieve «ongestien. Klagende over duizelingen met dubbelzien, over hartklopping met borende pijn, over kilkoude ex-tremiteiten niet gloeiend hoofd , wisselden deze symptomen af met blaaskrampen objectief waar te nemen, kilkoude wangen en buitensporig warme voeten. Deze verschijnselen wij/.en on het wilt baar op een gevaarlijken vorm van anaemie, en wel op eene die voorbeschikt maakt tot acute hersen-anaemie, de voorlooper van een plotselingen dood. Is de tijd van waarneming kort (immers een tiental dagen brengt zij hier door), toch valt er een aanmerkelijk krachtverlies te constiiteeren met vermagering, hetgeen niet te verwon-dereu valt, daar de eetlust tot een minimum gereduceerd s. Van wandelen is geen sprake meer. De duizelingen bij Ie minste poging tot opstaan noodzaken haar bij heteen-voudigste kleedpn ce? hulp aan te nemen. Eergisteren nacht, zonder hulp aan eene natuurlijke behoefte willende voldoen, sloeg zij op den grond neder , verwondde been en bovenlip, waarvan de bewijzen den volgenden morgen te zien waren. Vanaf dien val, waarschijnlijk een licht acces der te vreezen hersen-anaemie , dateert eene subjectief en objectief waar te nemen lichte halfzijdige gevoelloosheid, merkbaar ook in de tongheli't daaraangrenzende met speekseluitvloeiing. Slapen doet zij weinig, en niet uit het oog te verliezen is, dat zij aan constipatie souifreert.
Ik vermeen hiermede te hebben voldaan aan het ver-langen uitgedrukt in bovengenoemde opdracht.
Rotterdam, 22 September 1886.
De Geneesheer der Cellulaire Ge